Werkende ouders: 10 tips tegen ‘vijf-uur-stress’

25 juli 2016

Kinderen en werk is niet de makkelijkste combinatie. Daarom voor werkende ouders 10 tips voor werkdagen zonder ‘vijf-uur-stress’.

 

Stress! Het is bijna vijf uur, je werk is nog niet af, maar je moet weg want de kinderopvang sluit straks. Vandaag is het jouw beurt en je wilt niet dat je kind (weer) als laatste achterblijft. Dus hup in de auto, op naar de kinderopvang. Het blijft iedere dag
jongleren...

 

Een werkdag zonder ‘vijf-uur-stress’? Het lijkt onmogelijk, we weten allemaal dat de werkdruk er niet minder op is geworden de laatste jaren. Maar er gloort hoop; Wil je zonder schuldgevoel om 17.00 uur de deur achter je dicht trekken, dan moet je je werk zo efficiënt mogelijk doen. Hoe? Neem deze 10 tips ter harte.

1. Stel prioriteiten


Ja, het klinkt als een open deur. En eigenlijk weten we het allemaal wel. Doe de belangrijkste dingen eerst. Wat moet écht af? Maak keuzes, maak een dagplanning en print deze. Van papier werkt voor de meesten nog altijd beter dan vanaf het scherm.


2. Begin de dag met DOEN


Een klus afronden geeft een goed gevoel. Dus begin je dag met een behapbare en overzichtelijke klus. Een klus waar je energie van krijgt! Dan gaan de volgende klussen een stuk makkelijker. Let op: een overzichtelijke klus betekent niet automatisch een makkelijke klus. Het moeilijkste werk doe je vooral eerst. ’s Ochtends zijn de meesten van ons het productiefst. Het kan maar gedaan zijn, anders ben je er geheid om 17.00 uur nog niet klaar…

 

3. Zorg voor routine


Check je mail op vaste tijden. Bewaar documenten op vaste plekken. Over dingen die routine zijn, hoef je niet na te denken. Dat geeft een hoop rust.

 

4. Doe één ding tegelijk


Multitasken! Vooral vrouwen zijn er goed in. Het lijkt zo efficiënt. Vergaderen en ondertussen een mail sturen. Of een ingewikkeld artikel lezen en je mail checken. Echter, multitasken is compleet inefficiënt. Onze hersenen zijn er gewoon niet voor gemaakt om twee dingen tegelijk te doen. We zijn langzamer en maken meer fouten. En fouten maken, kost tijd. Dus doe vooral één ding tegelijk!

 

5. Zet de wekker

Als je een planning hebt gemaakt, is het natuurlijk belangrijk dat je je ook aan die tijd houdt. Dat lukt het beste als je jezelf ook letterlijk maximaal die tijd geeft. Zet de wekker op bijvoorbeeld 30 minuten, houd de tijd in de gaten, dat zorgt voor focus. 30 minuten, 1 taak, 1 doel. Geen wekker? Gebruik dan de timer op je smartphone.

6. Organiseer en ruim op

Zorg voor een opgeruimd bureau en een geordende mailbox. Als je je mail meteen verwerkt en je documenten goed archiveert, hoef je je geen tweede keer te bedenken wat je er ook alweer mee moet. Iedere dag of wekelijks een vast ‘opruimmomentje’ scheelt een hoop tijd en ergernis.

7. Gun jezelf pauze

Je kunt natuurlijk de hele dag doorjakkeren om alles gedaan te krijgen. Maar dat werkt uiteindelijk niet. Af en toe even een pauze helpt juist om je werk af te krijgen. Haal een kop koffie, ga tijdens je lunch even naar buiten. Door een pauze laad je jezelf weer op en werk je daarna een stuk sneller.

8. Reservetijd

Plan niet je dag vol tot precies 17.00 uur. Nee, houd een half uurtje speling. Niet alleen omdat er overdag nog wel eens een onverwacht telefoontje tussendoor komt of een collega je nodig heeft. Maar ook om de volgende dag voor te bereiden en op te ruimen.

9. Notitieboek bij de hand


Een notitieboekje is iets waar veel mensen niet aan denken als ze effectief moeten werken. Maar het werkt zo eenvoudig en helpt je enorm. Of je nu een papieren notitieboekje hebt of je gebruikt de app Evernote, zorg dat je ergens je hersenspinsels, ideeën en andere belangrijke informatie die je moet onthouden kunt bewaren. Gebruik geen post-its of losse papiertjes, die raak je alleen maar kwijt.

10. Morgen weer een dag!

 

Eerlijk is eerlijk, je werk is nooit af. Belangrijkste is om geen slaaf te worden van je werk. Accepteer dat je het soms niet afkrijgt. Morgen is er weer een dag. Je gezin is ook belangrijk en het laatste wat je wilt is als je over een paar jaar moet zeggen: ‘Had ik maar…’